‘Welkom in de wereld van het grote geld!’

piqueur

Voor het eerst in mijn carrière zette ik een klant aan de deur. Dat was vijf jaar geleden. Dat was Optima.

‘Welkom in de wereld van het grote geld.’ Zo onthaalde CEO Jeroen Piqueur (foto) nieuwe rekruten bij Optima. De nieuwkomers wreven zich de ogen uit bij de bling bling die de Optima-top tentoon spreidde. De Rolls-Royce, het yacht, de jet. Jeroen Piqueur wist jonge verkopers een wortel voor te houden.

Ikzelf werd binnengeleid via de zijdeur. Optima had een eigen magazine, Capital genaamd. Het verscheen in het Nederlands en het Frans. Gelukkig niet in het Duits. Een titel als Das Kapital zou niet echt bij de bedrijfscultuur van Optima passen.

Dat blad liep stroef en dus werd de hulp ingeroepen van mij en mijn medewerkers. No problemo. Magazines hebben weinig geheimen voor ons en het startte als routine. Maar dat veranderde al snel.

We kregen een tijdlijn van de heer A., maar dan zou het blad verschijnen na een tennistornooi. En dat was een gigantisch probleem voor mevrouw B., die het Optima-tornooi organiseerde en de sponsors ruimte in het blad beloofd had. Foutje? Niet echt, een bewuste sabotage. De heer A wou mevrouw B tegen de muur laten lopen.

Ik kreeg van de heer C de opdracht een lagere prijs te negociëren met de drukker van het magazine en wat freelancers. Maar dat waren allemaal chou-chou’s van mijnheer D, die meteen heisa maakte. Ongelukkig toeval? Niet echt, ik zat klem in een machtsstrijd tussen de heren C en D.

En dan was er nog mevrouw E, familielid van Jeroen Piqueur, die wankel op de benen stond door een erg publieke echtscheiding, zo wist de Story te melden. Een roedel alfa-honden bestaande uit mijnheer F, mijnheer G en mijnheer H zette meteen de aanval in – grommend naar een hogere positie en dito wedde.

 

“Ik zat in een aflevering van Game of Thrones, ergens in het zesde seizoen. Maar ik had de vijf voorgaande seizoenen niet gezien. Wie was in oorlog met wie?”

Dit lijstje kan nog een tijdje doorgaan, maar u hebt het ondertussen wel begrepen. Het magazine was een wapen. Niet om klanten te winnen, maar om de positie van beter-verdienende collega’s te ondergraven. Ik zat in een aflevering van Game of Thrones, ergens in het zesde seizoen. Maar ik had de vijf voorgaande seizoenen niet gezien. Wie was in oorlog met wie? Iedereen met iedereen?

Al snel werd er aan mijn mouw getrokken. Of ik zelf geen klant wou worden van Optima? Een Tak-21-verzekeringetje? Beleggen in een beetje vastgoed? Nee dank u, zei ik automatisch. Dit bedrijf had geen moreel kompas. Niet het soort mensen waaraan je de eigen spaarcenten toevertrouwt.

Dat automatisch antwoord was de klik. Ik vroeg me plots af of ik wel goed bezig was. Los van het feit dat het werken ons wel bijzonder moeilijk gemaakt werd, dook ook een vreemd schuldgevoel op. Is het eigenlijk wel ok om reclame te maken voor een bling bling façade waarachter zeer foute mensen schuil gaan? Als ik zelf geen cent aan Optima wou toevertrouwen, kon ik dan Optima helpen om het geld van anderen binnen te harken?

’s Avonds schreef ik een vriendelijke bedankbrief. Ik becijferde in mijn hoofd nog snel de winst die ons bedrijf misliep, zuchtte even en zette mijn handtekening. Het was de eerste keer in mijn 25-jarige carrière dat ik een klant aan de deur zette. Dat was vijf jaar geleden. Dat was een prima beslissing.

 

De namen van deze Optima-medewerkers liet ik bewust achterwege. De verantwoordelijkheid ligt vooral hoger. Die namen zijn:

Raad van Bestuur Optima

  • Jeroen Piqueur
  • Danny De Raymaeker (ex-KBC)
  • Guido Segers (ex-KBC)
  • Jan De Paepe (ex-Fortis)
  • Ludo Swolfs (ex-Ernst & Young)
  • Marc Debaets (ex-Electrabel)

Directiecomité Optima

  • Danny De Raymaeker
  • Jan De Paepe
  • Peter Baert
  • Ludwig Caluwé
  • Jo Viaene
  • Koen Petit

 (foto : Emy Elleboog)

De Influencers

 

 

Ik had een eigen televisieprogramma bij de BRT en Paul Codde was verliefd op mij. Ik moest hem teleurstellen. Onbegrijpelijk, vond hij dat. Ik was blond, met blauwe ogen, werkte op de BRT en ik was… hetero!? Maar hij nam mijn ‘sorry’ als een  volbloed gentleman. Hij zou dan maar mijn mentor worden. Mijn beschermheer in het addernest aan de Reyerslaan! Mijn eerste werkpuntje was vestimentair.

‘Frank, heb jij geen kledingsponsor? Nee? Echt niet?’

Alweer knikte ik nee, en dus nam hij me mee naar een magazijn aan het Brusselse Zuidstation, een groothandel in merkkledij. We kregen elk een zwarte vuilniszak om te vullen. We graaiden in de rekken als kleuters in een speelgoedwinkel.

Er was maar één voorwaarde: elk kledingstuk moest te zien zijn op het scherm. Ik vond het een vreemde deal, maar leerde snel bij. De aftiteling van mijn  volgende uitzending liep nog over het scherm, toen mijn moeder thuis telefoon kreeg van wildvreemden met de vraag waar ik die geweldige trui gekocht had.

Het werkte. En daar stopte het niet. We werden ingehuurd om presentaties te doen, shows te begeleiden… Luc Appermont en Geert Hoste vroegen me om in te vallen, als zij een dubbele boeking hadden. Het betaalde niet slecht, helemaal niet slecht.

We hadden er een naam voor: schnabbelen.

Dat kwam gisteren allemaal even terug, op het Content Marketing Forum in Antwerpen. Dé marketing-hype van het moment zijn de influencers: een gamer post zijn voorliefde voor Burito-chips, een fotomodel neemt een selfie in een schoenenwinkel. Allemaal tegen betaling. Natuurlijk.

Vermits de groep onder de 25 jaar steeds minder TV kijkt, is de oude slogan ‘bekend van radio en TV’ compleet achterhaald. Bekend van instagram en snapchat is de nieuwe versie. Wie daar veel volgers heeft, kan influencer worden.En dat betaalt niet slecht, helemaal niet slecht.

Het is nog pril in reclameland, maar er groeit stilaan een hele industrie rond. De Gentse starter Influo maakt en verkoopt lijsten van influencers die zichzelf te huur aanbieden. Het Antwerpse bureau The Kube smokkelt tegen betaling producten in populaire blogs van BV’s zoals Erika Van Tielen. De VRT volgde voor Koppen Céline Schraepen en Talisa Loup die mede dankzij hun foto’s-in-bikini wereldwijd een miljoen volgers hebben. “Een instagramfoto van ons met een bekend merk kost al snel tussen de 200 en 500 euro.”

Een miljoen kijkers? Dat haalde Paul Codde met gemak, elke avond van de week. Het principe blijft eigenlijk gelijk. Dus veel heb ik niet geleerd op het Content Marketing Forum. Maar ik ben wel veel nieuwe woorden rijker, zoals ‘content marketing via productplacement door influencers’. Schnabbelen? Nope, dat woord is niet gevallen.

Heya! Heya! Er staat een file. En verder is alles rustig.

images-1

 

Ik hou het niet meer van de spanning. Deze maand zal de Gentse politie haar eerste tweet uitsturen. Drie maanden hebben ze zich voorbereid, geoefend en cursussen gevolgd. Da’s nodig vinden ze, want het corps heeft niet zo’n beste ervaringen met social media.

Zo was er de Gentse flik Hans Verleysen die op facebook een foto van zwarten vergeleek met een foto van apen (de apen waren intelligenter, schreef hij erbij).

En dan was er nog Manuel Mugica Gonzalez, woordvoerder van de Gentse flikken. Zijn facebookpagina vulde zich met bagger nadat Bevergem-acteur Zouzou Ben Chikha door de flikken op straat half uitgekleed werd. De acteur keek fietsend ‘op verdachte wijze’ naar auto’s en dat leverde hem een zeer grondige fouillering op. De woordvoerder schrok zo van de reacties dat hij zijn facebook-account in zeven haasten afsloot.

Om maar te zeggen, de Gentse politie en sociale media, de mayonaise wou niet pakken. Toch is het stadhuis onverbiddelijk. Niet alleen meer blauw op straat, ook meer blauw op je scherm. Twitter is het publiekskanaal van de toekomst! Is dat zo? Ik ging op zoek naar cijfers. Hoeveel stedelingen volgen hun politie via twitter?

Préfecture de Police Parijs 2%
Polizeiberlineinsatz Berlijn 2%
Politie Antwerpen Antwerpen 3%
Metropolitan Police London 4%
Politie Amsterdam eo Amsterdam 13%

Zo’n drie procent van de bevolking lijkt een aardig gemiddelde, behalve in Amsterdam. Hallo Amsterdam? Hoe komen jullie aan zo’n hoog percentage, vroeg ik aan Marjolein Koek, de woordvoerder van de Amsterdamse politie:

“Ik moet je eerlijk bekennen dat we niet weten waar dat aan ligt. Wel zien we dat er veel fake-accounts tussen lijken te zitten (volgers met een rare naam, geen foto en 0 volgers en 0 tweets). En een groot deel van onze volgers is natuurlijk géén inwoner van de regio, maar gewoon iemand die politie interessant vindt, of Amsterdam, of een combinatie van beide.”

Volgens woordvoerder Koek ligt het werkelijke percentage merkelijk lager. Verfrissend toch, die nuchterheid van onze noorderburen. Aan welk percentage mag Gent zich nu verwachten? Recent hielden we met f-twee een grootscheepse enquête, in opdracht van de Stad Gent. We vroegen de Gentenaars onder meer of ze geïnteresseerd zijn in nieuws van de Stad via twitter. Het antwoord: 2% zei ja. Dat komt merkwaardig goed overeen met de meeste cijfers van hierboven. En 2%, dat levert een publiek van 5.000 Gentenaars op, op een totale bevolking van 250.000.

Is die 2% nog de moeite? Is de investering te verantwoorden als je 98% niet bereikt? Ik betwijfel het ten zeerste. Mag ik een ouderwets, zelfs middeleeuws alternatief suggereren? Zet een belleman voor het stadhuis. Zelfs dan zal je véél meer Gentenaars bereiken, dan met een blauw vogeltje.

 

57 Websites (And Nothin’ On)

Gie Goris, de hoofdredacteur van de nieuwswebsite Mo* leest vandaag de journalisten van de VRT de les, de levieten en voor uit eigen werk. Hij vindt het godgeklaagd dat het VRT-krantenoverzicht alleen de kranten citeert, en nooit zijn eigen website of die van zijn vrienden-webbers.

“Beste radio-collega’s: het is 2015, nieuws is vooral een zaak van online-media.”

Krantenkoppen voorlezen is in deze 21ste eeuw volkomen achterhaald, zo schrijft hij, want:

“nieuws halen steeds meer mensen online: als ‘nieuwssnack’ op kantoor, mobiel van ontwaken tot inslapen, op reis, op de sofa, tijdens de match, na de liefde.”

Na de liefde? Graait Gie Goris onmiddellijk na de daad en nog met felle blos naar zijn tablet onder het bed, op zoek naar een ‘nieuwssnack’? De kleine depressie die hem op dat moment overvalt, is wellicht geen toeval, vermoedt hij. Misschien verzwijgt de VRT zijn Mo-website moedwillig, in opdracht van de grote pershuizen:

‘Het zal toch niet zijn omdat de bazen van Mediahuis en Persgroep druk uitoefenen op de minister of op de directeurs van de VRT, zeker?’

Zouden ze het durven, de sloebers van Mediahuis en de Persgroep? De concurrenten van hun eigen websites klein houden? Een beetje duwen bij de minister? Wat knorren op de Reyerslaan? Natuurlijk wel.

Welke zijn die online-media die ons elke ochtend op schandelijke wijze onthouden worden? Gie Goris noemt man en paard. Hij lijst negen websites op, allemaal lid van de koepel Media 21, waarvan ook hijzelf met Mo.be lid is. Dus heb ik een fictief ochtendlijk Media-21-overzicht gemaakt, met telkens het eerste item bovenaan de website. En dat nieuwsoverzicht is, laat ons zeggen,… apart.

Vier websites uit het lijstje van Gie Goris geven geen nieuws, maar opinie-stukken die niet in een nieuwsoverzicht thuishoren.

Daarnaast behoren ook deze drie websites tot de club, met even weinig actualiteitswaarde:

  • Recto:verso.be: de carrière van de Portugese cineast Pedro Costa.
  • Zeronaut.be: klimaatvriendelijk reizen, zoals met paard en kar.
  • Newsmonkey: 13 redenen waarom een man die kan koken supersexy is.

En dan is er nog Stampmedia dat gewoon de bovenstaande artikels verzamelt en reproduceert. Ik vermoed dat Gie Goris, een hoofdredacteur, ook wel inziet hoe weinig nieuwswaarde in dit alles te rapen valt.

Kan finaal Apache de eer van de koepel redden en aanspraak maken op een stek in het dagelijks nieuwsoverzicht? Even testen. Apache discussieert over de vraag of leerkrachten statistisch ook ambtenaren zijn. Lange, ochtendlijke geeuw. Toegegeven, op andere dagen kronkelt er soms interessante rook uit de Apache-tent, maar vandaag even niet.

Bruce Springsteen kloeg twintig jaar geleden over 57 Channels And Nothin’ On. Het gaat niet veel beter met de websites. 57 Websites And Nothing to Read. Misschien hebben die journalisten van de VRT gewoon gelijk. Misschien bieden deze websites (nog) niet voldoende kwaliteit en houden we het (voorlopig) beter bij de klassieke krantenkoppen voor het nieuwsoverzicht. Het heet dan ook een nieuwsoverzicht, met nieuws.

‘Hij heeft het verkloot’ (deel 3)

Herman Brusselmans gezien in de Morgen? Maar liefst drie dagen na elkaar? Da’s echt geen toeval en wel hierom.

herman_brusselmans_2

Een foto van Brusselmans + het woord verkloot = een hit. En de Morgen heeft de software om het te bewijzen.

De Huffington Post is een Amerikaanse online krant met ernstige politieke stukken, maar ook breaking news over het hondje van Obama.

Een mega-wapen van de Huff is een brokje software dat de reacties meet. Hoe vaak is een artikel bekeken? Hoe lang? Hoe vaak geshared? Hoe beter de cijfers, hoe hoger het item op de webpagina schuift. En ook: hoe meer vervolgartikels geschreven worden. Het zijn de lezers die de nieuwscirkels op gang duwen, niet de hoofdredactie.

De webmaster van de Morgen heeft dezelfde software in huis gehaald. Hij liet recent in zijn keuken kijken en vertelde dat hij hetzelfde stuk onder twee verschillende titels lanceerde. De titel die het meest geklikt werd, zou de titel blijven voor de rest van de dag.

Maar dat is niet de enige toepassing, zoals je deze ochtend in je krant zal kunnen lezen. Het begon twee dagen geleden met een schampschot van Herman Brusselmans, ook wel bekend als ‘de man die zijn haar liet verven’. Herman had op zijn eigen bedachtzame manier bedenkingen over de groene schepen van mobiliteit Watteeuw: ‘Gent is een ramp geworden. Hij is de stad naar de kloten aan het helpen’.

Dat kleine stukje met een foto van de wildehaarboswuivende Brusselmans werd snel het meest geshared van alle artikels van de Morgen. Dat vroeg om een vervolg en de schepen Watteeuw kreeg zijn weerwoord: ‘laat ons een pint pakken’. Je zou denken dat het beperkte nieuwsitem (er zit geen woord hard nieuws in) daarmee zijn houdbaarheidsdatum bereikt had, maar niets was minder waar. Het bleef in de statistieken van de Morgen hangen in de top-vijf.

En dus gingen de journalisten op zoek naar nog een vervolgartikel. Geef de lezer wat de lezer wil! Kabinetten werden vandaag inderhaast opgebeld, vrienden en tegenstanders telefonisch geinterviewd en kijk, zowaar, deze ochtend zal je in je krant een nieuw artikel over Watteeuw vinden. Deel 3.

Op het moment dat ik dit schrijf, draaien de drukpersen in Lokeren nog, maar mijn glazen bol is categoriek. Jij zal het lezen, want je vindt het interessant. De software heeft het voorspeld.